ECLI:NL:RVS:2000:AA6829
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit Minister over ontheffing autogordelplicht wegens medische redenen
Appellante verzocht de Minister van Verkeer en Waterstaat om ontheffing van de verplichting tot het dragen van een autogordel vanwege medische klachten. De Minister wees dit verzoek op 28 juli 1998 af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit besluit in mei 1999.
De Raad van State overweegt dat op grond van Europese richtlijnen en nationale wetgeving ontheffing kan worden verleend indien het dragen van een gordel om ernstige medische redenen onmogelijk is. Appellante heeft medische verklaringen overgelegd waaruit blijkt dat het dragen van de gordel voor haar onmogelijk is. Het afwijzende advies van de medisch adviseur van de Minister weerlegt deze onmogelijkheid niet.
De Raad van State oordeelt dat de Minister onvoldoende zorgvuldig en gemotiveerd heeft beslist en vernietigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. De Minister wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van deze overwegingen. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van de Minister wordt vernietigd met opdracht tot hernieuwde beslissing.