ECLI:NL:RVS:2000:AA6838
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.E. van der Does
- A. Kosto
- F.P. Zwart
- Rechtspraak.nl
Vaststelling niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken bezwaar tegen subsidiebesluit intrekking
Bij besluit van 21 april 1995 hebben burgemeester en wethouders van Amsterdam het subsidiebesluit van 9 december 1991 ingetrokken omdat de werkzaamheden waarvoor subsidie was verleend niet binnen de gestelde termijn waren voltooid. Appellant 1 maakte bezwaar tegen dit intrekkingsbesluit, dat door het dagelijks bestuur van stadsdeel Oud-West ongegrond werd verklaard. Appellanten stelden beroep in bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde. Appellanten gingen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad overweegt dat appellant 2 geen bezwaar heeft gemaakt tegen het intrekkingsbesluit en dat op grond van artikel 6:13 Awb Pro geen beroep kan worden ingesteld door een belanghebbende die redelijkerwijs verwijt kan worden gemaakt geen bezwaar te hebben gemaakt. De rechtbank heeft dit miskend door appellant 2 in beroep te ontvangen. Daarom wordt het beroep van appellant 2 niet-ontvankelijk verklaard.
Verder oordeelt de Raad dat burgemeester en wethouders en het dagelijks bestuur terecht het subsidiebesluit hebben ingetrokken vanwege overschrijding van de subsidievoorwaarden. Het beroep van appellant 1 wordt gegrond verklaard voor zover het gaat om de ontvankelijkheid van appellant 2. Het overige wordt bevestigd. De gemeente wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht voor het hoger beroep.
Uitkomst: Het beroep van appellant 2 wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een bezwaar tegen het intrekkingsbesluit.