ECLI:NL:RVS:2000:AA6877
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- J.H. Grosheide
- J.A.M. van Angeren
- Rechtspraak.nl
Vaststelling gebruiksplan Schiphol 1999 geen besluit in zin Awb
De Minister van Verkeer en Waterstaat stelde op 28 oktober 1998 het gebruiksplan Schiphol 1999 partieel vast. Appellanten, waaronder Vereniging Milieudefensie, maakten bezwaar tegen dit besluit, dat niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State.
De kernvraag was of de vaststelling van het gebruiksplan een besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Raad van State oordeelde dat het gebruiksplan slechts een prognose is van het toekomstige gebruik van het luchtvaartterrein voor 12 maanden en geen zelfstandige rechtsgevolgen heeft. Het plan stelt geen rechtsverhouding vast, wijzigt die niet en roept die niet in het leven.
De Raad benadrukte dat het gebruiksplan wel relevant kan zijn voor handhaving, maar niet beslissend is. De handhavingsbevoegdheid vloeit rechtstreeks voort uit de Luchtvaartwet en ontstaat pas bij (dreigende) overschrijding van geluids- en veiligheidszones. Ook is het gebruiksplan niet bepalend voor de toewijzing van slots; de declared capacity vormt daarvoor het kader.
De eerdere jurisprudentie die appellanten aanhaalden, was niet analoog toepasbaar omdat daar wel sprake was van een rechtstreeks rechtsgevolg. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat het gebruiksplan Schiphol 1999 geen besluit is in de zin van de Awb en verklaart het hoger beroep ongegrond.