ECLI:NL:RVS:2000:AA6973
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- M.E.E. Wolff
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering toevoeging voor afzonderlijke rechtsbijstand in bestuursrechtelijke procedure
De zaak betreft het hoger beroep van de raad voor rechtsbijstand te Leeuwarden tegen een uitspraak van de arrondissementsrechtbank Leeuwarden die een eerdere weigering van een toevoeging voor rechtsbijstand vernietigde. De toevoeging was gevraagd voor een procedure betreffende een voorlopige voorziening in verband met de weigering van een verklaring op grond van artikel 84 van Pro de Algemene Bijstandswet.
De raad voor rechtsbijstand had de toevoeging geweigerd omdat volgens haar geen zelfstandig rechtsbelang bestond dat een afzonderlijke toevoeging rechtvaardigde, aangezien al een toevoeging was afgegeven voor de procedure over de beëindiging van de bijstandsuitkering. De rechtbank oordeelde echter dat het belang in de tweede procedure verschilde van dat in de eerste, waardoor een nieuwe toevoeging gerechtvaardigd was.
De Raad van State overweegt dat indien sprake is van één rechtsbelang, slechts één toevoeging nodig is, tenzij het om verschillende procedures of instanties gaat. Omdat de procedures bij de Centrale Raad van Beroep en de voorlopige voorziening als afzonderlijke procedures moeten worden beschouwd, mocht de tweede toevoeging niet worden geweigerd.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, met een proceskostenveroordeling ten laste van de raad voor rechtsbijstand ten gunste van de bezwaarde. De Raad van State wijst het beroep af en bevestigt het oordeel dat de toevoeging terecht is toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep van de raad voor rechtsbijstand wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.