ECLI:NL:RVS:2000:AA7024
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- J.A.M. van Angeren
- B. van Wagtendonk
- Rechtspraak.nl
Beëindiging jaarlijkse subsidiëring beeldende kunst door gedeputeerde staten niet onrechtmatig
De Stichting Beeldende Kunst West-Friesland stelde beroep in tegen het besluit van 24 juni 1998 waarbij de jaarlijkse subsidiëring werd beëindigd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de stichting ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het oorspronkelijke besluit door het hoofd bureau Cultuur en Educatie onbevoegd was genomen, maar dat gedeputeerde staten dit besluit in bezwaar hebben gehandhaafd en daarmee het besluit voor hun rekening namen. De overheveling van het beheer van de subsidiegelden naar de vestigingsgemeenten en de wijziging van de verdeelsleutel waren gebaseerd op de Cultuurnota 1997-2000 en het Verdelingsplan Beeldende Kunst en Vormgeving.
De Afdeling vond geen grond om te oordelen dat gedeputeerde staten het beheer van de subsidiegelden niet in redelijkheid bij de gemeenten konden leggen of dat de nieuwe verdeelsleutel onredelijk was. De stichting voerde aan dat zij onevenredig werd getroffen door de nieuwe verdeelsleutel vanwege haar regiofunctie en vestiging in een kleinere gemeente, maar de Raad vond dit onvoldoende voor vernietiging.
Verder oordeelde de Raad dat gedeputeerde staten de vereiste zorgvuldigheid in acht hadden genomen bij de voorbereiding en uitvoering van het besluit, mede doordat de overheveling en wijziging jarenlang onderwerp van discussie waren geweest en appellante tijdig was geïnformeerd.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van Stichting Beeldende Kunst West-Friesland is ongegrond verklaard en de beëindiging van de jaarlijkse subsidiëring bevestigd.