ECLI:NL:RVS:2000:AA7265
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- M.E.E. Wolff
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanwijzing perceel als bijzondere begraafplaats door gemeenteraad
Appellanten verzochten de gemeenteraad van Apeldoorn om een perceel aan te wijzen als bijzondere begraafplaats voor henzelf en hun familie. De raad wees dit verzoek af op basis van het gemeentelijk beleid dat terughoudendheid betracht bij het aanwijzen van bijzondere begraafplaatsen. De Commissie Administratieve Geschillen van Gedeputeerde Staten van Gelderland verklaarde het beroep van appellanten tegen deze afwijzing ongegrond. Ook de rechtbank Arnhem bevestigde dit oordeel.
Appellanten stelden onder meer dat het perceel bij uitstek geschikt was en beriepen zich op het gelijkheidsbeginsel en Europese regelgeving. De Raad van State oordeelde dat het gemeentelijke beleid niet onredelijk of onaanvaardbaar was en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die afwijking van het beleid rechtvaardigden. Daarnaast was het perceel bestemd als natuurgebied volgens het bestemmingsplan, waardoor een begraafplaats niet was toegestaan.
De Raad van State wees het hoger beroep af en bevestigde het eerdere oordeel. Tevens werd geoordeeld dat de notificatierichtlijn 831189/EEG niet van toepassing was en dat het beroep op artikel 7 van Pro de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens niet slaagde omdat dit geen bindende bepaling is volgens de Grondwet. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de aanwijzing van het perceel als bijzondere begraafplaats wordt bevestigd.