ECLI:NL:RVS:2000:AA7334
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- M.E.E. Wolff
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongeldigverklaring rijbewijs wegens weigering lichamelijk onderzoek ondanks oproep
Appellante werd op 3 mei 1998 aangehouden als bestuurder en weigerde een ademanalyse. De minister van Verkeer en Waterstaat besloot haar rijbewijs ongeldig te verklaren omdat zij weigerde mee te werken aan een onderzoek naar haar rijvaardigheid, waaronder een bloedonderzoek en een psychiatrisch onderzoek door een zenuwarts. Hoewel appellante zich aan het bloed- en psychiatrisch onderzoek had onderworpen, weigerde zij het lichamelijk onderzoek dat onderdeel was van het psychiatrisch onderzoek.
Appellante voerde aan dat zij niet verplicht was aan het lichamelijk onderzoek mee te werken omdat zij daarvoor niet expliciet was opgeroepen en dat zij zich niet door een mannelijke arts wilde laten onderzoeken. De Raad van State oordeelde dat op grond van artikel 132, eerste lid, WVW 1994, en artikel 131, tweede lid, WVW 1994, appellante verplicht was ook aan het lichamelijk onderzoek mee te werken, ongeacht haar bezwaren.
De Raad van State bevestigde het besluit van de minister en de uitspraak van de rechtbank dat het rijbewijs ongeldig verklaard moest worden. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De stelling dat de ongeldigverklaring niet onverwijld was gebeurd, deed niet af aan de rechtmatigheid van het besluit.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de ongeldigverklaring van het rijbewijs wegens weigering medewerking aan het lichamelijk onderzoek.