ECLI:NL:RVS:2000:AA7379
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.K.W. Bartel
- B. van Wagtendonk
- F.P. Zwart
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van bezwaar tegen niet-ontvankelijkverklaring standplaatsvergunningen en bevestiging uitspraak rechtbank
Appellant maakte bezwaar tegen de verlening van meerdere standplaatsvergunningen en een terrasvergunning door burgemeester en wethouders van Nieuw-Lekkerland. Hij had vooraf aangegeven geen gebruik te maken van de vergunningen voor het seizoen 1998 vanwege gebrek aan startkapitaal en het late tijdstip in het seizoen. Hij verzocht om uitstel van de ingangsdatum naar 1 april 1999.
Burgemeester en wethouders verklaarden het bezwaar niet-ontvankelijk omdat appellant niet als belanghebbende kon worden aangemerkt, een oordeel dat door de rechtbank werd bevestigd. Appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State, die eveneens oordeelde dat appellant geen belanghebbende was bij de besluiten van juni 1998 en dat de niet-ontvankelijkverklaring terecht was. Voor het seizoen 1999 kon appellant wel bezwaar maken tegen de benodigde vergunningen, wat hij ook heeft gedaan.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling of toekenning van schadevergoeding. De Raad van State bevestigde hiermee de eerdere beslissingen en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.