ECLI:NL:RVS:2000:AA7392
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- R.H.L. Dallinga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verkoopwagen op donderdagmarkt Rotterdam ter bescherming marktkarakter
Appellanten verzochten burgemeester en wethouders van Rotterdam om toestemming om op de donderdagmarkt een verkoopwagen te plaatsen die twee naast elkaar gelegen standplaatsen zou beslaan. Dit verzoek werd afgewezen omdat het beleid van de gemeente het traditionele karakter en de uitstraling van de markt wil beschermen door het gebruik van kramen met vaste afmetingen en uniformiteit te handhaven.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat burgemeester en wethouders zich in redelijkheid op het standpunt konden stellen dat het verzoek van appellanten geen bijzonder geval vormde dat een uitzondering rechtvaardigde. Het feit dat appellanten bedrijfseconomische voordelen en een wettelijke noodzaak voor een koelinstallatie aanvoerden, was onvoldoende om het beleid te doorbreken.
Ook het feit dat appellanten hun wagen achter de kramen op de parkeerstrook mochten plaatsen, deed niet af aan de rechtmatigheid van de weigering. De rechtbank had de weigering van toestemming terecht bevestigd, en de Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van toestemming voor plaatsing van een verkoopwagen wordt bevestigd.