ECLI:NL:RVS:2000:AA7738
Raad van State
- Hoger beroep
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- Th.G. Drupsteen
- P.J.J. van Buuren
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning afvalverwerkingslocatie wegens procedurele en milieueffectrapportage tekortkomingen
Bij besluit van 3 november 1998 verleenden gedeputeerde staten van Overijssel een vergunning voor de afvalverwerkingslocatie Elhorst-Vloedbelt voor een periode van tien jaar. Appellanten stelden beroep in tegen dit besluit, stellende dat een milieu-effectrapportage (MER) had moeten worden opgesteld en dat niet aan de kennisgevingsplicht aan omwonenden was voldaan.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de capaciteit van de inrichting de drempelwaarde van 25.000 ton per jaar ruim overschrijdt, waardoor een MER verplicht was. Deze was niet opgesteld, zodat het besluit in strijd met artikel 7.27 van de Wet milieubeheer is genomen. Tevens werd vastgesteld dat niet aan de kennisgevingsplicht conform artikel 13.4 van de Wet milieubeheer was voldaan, omdat niet alle gebruikers van gebouwde eigendommen in de directe omgeving een niet op naam gestelde kennisgeving hadden ontvangen.
Verder stelde de Afdeling vast dat de eerdere vergunning was verlopen en dat een vergunning voor oprichting en in werking hebben van de inrichting had moeten worden aangevraagd, hetgeen niet was gebeurd. Het beroep van appellanten sub 1 werd gegrond verklaard en het besluit vernietigd. Het beroep van appellant sub 2 werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van bedenkingen tegen het ontwerpbesluit.
De Afdeling veroordeelde gedeputeerde staten tot vergoeding van proceskosten aan appellanten sub 1. De overige bezwaren behoefden geen bespreking.
Uitkomst: Het besluit tot vergunningverlening wordt vernietigd wegens het ontbreken van een milieu-effectrapportage en onjuiste kennisgeving aan omwonenden.