ECLI:NL:RVS:2000:AA7757
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. Grosheide
- Rechtspraak.nl
Weigering vrijstelling bewoning hooiberg wegens ontbreken wettelijke vereisten en onvoldoende vertrouwen
Appellant had een verzoek ingediend om vrijstelling te verkrijgen voor de bewoning van een hooiberg bij een voormalige agrarische bedrijfswoning. Burgemeester en wethouders van Vianen weigerden deze vrijstelling op grond van artikel 19 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) en verleenden slechts een persoonsgebonden gedoogverklaring voor de bewoning zolang appellant en zijn echtgenote de hooiberg bewoonden.
Appellant beriep zich op toezeggingen van de voormalige burgemeester van Hei- en Boeicop, die positief had gereageerd op de plannen om de hooiberg om te bouwen tot woning. Desondanks oordeelde de Raad van State dat deze positieve uitlatingen onvoldoende waren om de huidige burgemeester en wethouders te binden tot het verlenen van de vrijstelling, mede omdat de besluitvorming collegiaal is en voorafgaat aan een bedenkingenprocedure waarbij ook gedeputeerde staten betrokken zijn.
Verder faalde het beroep op het vertrouwensbeginsel omdat niet was voldaan aan de wettelijke vereisten voor toepassing van de anticipatieprocedure. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen, omdat de situatie van appellant niet vergelijkbaar was met een ander perceel waar wel medewerking was verleend.
Ten slotte oordeelde de Raad van State dat de persoonsgebonden voorwaarde in de gedoogverklaring gerechtvaardigd was vanwege de belangen van handhaving van het bestemmingsplan, dat burgerwoningen in het buitengebied wil weren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van vrijstelling bevestigd.