ECLI:NL:RVS:2000:AA7848
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Beekhuis
- A.M. Ruige
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen vergunning vervoer bestraalde splijtstoffen
Stichting Greenpeace Nederland verzocht de Raad van State om voorlopige voorzieningen te treffen tegen vergunningen die aan Transnubel N.V. en Railion Benelux N.V. waren verleend voor het vervoer van twintig containers met bestraalde splijtstoffen van de kerncentrale Borssele naar het havengebied Vlissingen en verder naar Frankrijk.
De verzoekster stelde formele bezwaren over de betrokkenheid van de Minister van Binnenlandse Zaken bij de besluiten en inhoudelijke bezwaren over de rechtvaardiging van het transport, de bestemming van de splijtstoffen bij Cogéma, en de milieuvergunningen van deze opwerkingsfabriek. Tevens werden bezwaren geuit over de vergunningvoorschriften met betrekking tot stralingsniveaus en meldingsplichten.
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat aan de wettelijke vereisten, waaronder de betrokkenheid van de juiste ministers en het rechtvaardigingsbeginsel, was voldaan. De noodzaak van het transport werd aannemelijk geacht en Cogéma werd als erkend bedrijf voor opslag en opwerking beschouwd. De milieuvergunningen van Cogéma vallen onder de verantwoordelijkheid van Franse autoriteiten. De vergunningvoorschriften voldeden aan het alara-beginsel en boden voldoende bescherming.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen, en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de vergunningen voor het vervoer van bestraalde splijtstoffen wordt afgewezen.