ECLI:NL:RVS:2000:AA8143
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.E. van der Does
- J.H. Grosheide
- H. Bekker
- Rechtspraak.nl
Vergunningverlening voor horeca met verkoop softdrugs binnen gemeentelijk beleid en Opiumwet
De burgemeester van Weert verleende een exploitatievergunning voor een horeca-inrichting waar softdrugs worden verkocht, ondanks dat de gemeentelijke Overlastverordening bepalingen bevat die strijdig zijn met de Opiumwet. Appellanten stelden dat de vergunning onrechtmatig was omdat deze in strijd was met hogere regelgeving en het bestemmingsplan, en dat de vestiging de openbare orde en het woon- en leefklimaat zou schaden.
De Raad van State oordeelde dat de bepalingen in de Overlastverordening die een vergunningstelsel voor softdrugs introduceren, niet verbindend zijn omdat zij in strijd zijn met de Opiumwet. Desondanks blijft de beslissing op bezwaar, waarbij de vergunning werd gehandhaafd, geldig omdat deze niet expliciet op die bepalingen is gebaseerd. De burgemeester voert een beleid dat onder omstandigheden vergunningverlening voor gedoogde verkoop van softdrugs toestaat.
De Afdeling acht dit beleid niet kennelijk onredelijk en concludeert dat de burgemeester de locatie niet als woonstraat hoefde te beschouwen. De bezwaren van appellanten met betrekking tot de nabijheid van scholen en het woon- en leefklimaat waren onvoldoende onderbouwd. Ook de strijd met het bestemmingsplan werd beoordeeld in het licht van redelijkheid en belangenafweging, waarbij de burgemeester een zwaarwegend algemeen belang diende.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank dat het schrappen van enkele vergunningvoorschriften geen nadelige gevolgen had voor appellanten die aanleiding geven tot vernietiging. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de vergunningverlening door de burgemeester is bevestigd.