ECLI:NL:RVS:2000:AA8215
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- B. van Wagtendonk
- F.P. Zwart
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing subsidieaanvraag investeringsregeling markt en concurrentiekracht 1998
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een subsidie op grond van de Investeringsregeling markt en concurrentiekracht 1998, onderdeel primaire landbouw. De Minister wees deze aanvraag af omdat de subsidiabele kosten minimaal 20.000 gulden moeten bedragen en de betaalde BTW volgens het beleid niet bij deze kosten mag worden geteld. Appellante maakte geen gebruik van de optie om de BTW via de Wet op de Omzetbelasting terug te vorderen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het beleid van de Minister, waarbij de betaalde BTW niet tot de subsidiabele kosten wordt gerekend omdat deze in principe kan worden doorberekend aan afnemers, niet onredelijk of onrechtmatig is. Appellante had redelijkerwijs kunnen begrijpen dat de BTW niet werd meegerekend, mede door de duidelijke vermelding in de Investeringslijst 1998.
De Afdeling concludeerde dat appellante de BTW niet heeft kunnen afwentelen noch dat er bijzondere omstandigheden waren die een afwijking van het beleid rechtvaardigen. Daarom was de aanvraag op een lager bedrag gebaseerd dan vereist en was de afwijzing terecht. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de subsidieaanvraag bevestigd.