ECLI:NL:RVS:2000:AA8217
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- E. Korthals Altes
- B. van Wagtendonk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunningvoorschrift kap bomen met storting in bomenfonds
Appellante kreeg vergunning voor het kappen van zes populieren en een iep, onder het voorschrift dat de bomen niet geveld mogen worden voordat een bedrag van f 36.957,00 in het bomenfonds is gestort. Appellante maakte bezwaar tegen dit voorschrift, stellende dat het onterecht gebaseerd was op verkeerde artikelen van de Bomenverordening, onvoldoende gemotiveerd was, en dat het bedrag niet overeenkwam met de herplantwaarde.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het voorschrift. De Raad van State oordeelde dat het voorschrift terecht was gebaseerd op artikel 9 van Pro de Bomenverordening, dat de motivering voldoende was, en dat er geen noodzaak was tot nader onderzoek naar herbeplantingsmogelijkheden aangezien deze niet mogelijk waren op het perceel of in de nabijheid.
Ook werd geoordeeld dat het bedrag in het bomenfonds geen verkapte belastingheffing is, omdat het wordt aangewend voor herbeplanting in de onmiddellijke omgeving van de gevelde bomen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vergunning met het stortingsvoorschrift bevestigd.