ECLI:NL:RVS:2000:AA8317
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- J.H. Grosheide
- J.A.M. van Angeren
- Rechtspraak.nl
Aantekening op vaarbevoegdheidsbewijs verwijst naar wettelijke eis Nederlanderschap kapitein
Appellant, van Duitse nationaliteit, ontving een vaarbevoegdheidsbewijs met de aantekening dat hij op grond van Nederlandse wetgeving niet als kapitein op Nederlandse schepen mag functioneren. Hij maakte bezwaar tegen deze aantekening, dat door de minister werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de aantekening op het vaarbevoegdheidsbewijs geen zelfstandig besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, maar slechts een verwijzing naar de wettelijke eis van Nederlanderschap zoals neergelegd in artikel 29 van Pro de Zeevaartbemanningswet. Hierdoor was bezwaar tegen deze aantekening niet ontvankelijk. De rechtbank had dit niet juist beoordeeld.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de minister, en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. De Raad ging niet in op de door appellant aangevoerde strijdigheid met het EG-recht. Tevens werd de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van het griffierecht aan appellant.
Uitkomst: De aantekening op het vaarbevoegdheidsbewijs is geen zelfstandig besluit, bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard.