ECLI:NL:RVS:2000:AA8436
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- R.W.L. Loeb
- R.H.L. Dallinga
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen gedoogbesluiten Commissariaat voor de Media inzake RTL4 en RTL5
Verzoeksters, twee Luxemburgse mediabedrijven, stelden zich op het standpunt dat het Commissariaat voor de Media ten onrechte hen als verantwoordelijke omroepinstelling voor RTL4 en RTL5 onder Nederlands toezicht plaatste. Het Commissariaat had de uitzendingen gedoogd onder voorwaarden en termijnen, die later werden gewijzigd. Verzoeksters maakten bezwaar tegen deze besluiten, dat werd afgewezen door het Commissariaat en de rechtbank.
Tegen de uitspraak van de rechtbank stelden verzoeksters hoger beroep in bij de Raad van State en verzochten om een voorlopige voorziening. De Voorzitter overwoog dat het geschil complexe gemeenschapsrechtelijke aspecten bevat die niet in deze voorlopige procedure kunnen worden uitgewerkt. Gezien de belangen van rechtszekerheid en de verwachting dat de hoofdzaak versneld zal worden behandeld, achtte de Voorzitter het noodzakelijk de uitvoerbaarheid van de gedoogbesluiten te schorsen.
De Voorzitter bepaalde dat de besluiten van 20 november 1997, 31 maart 1998 en 2 november 2000 niet uitvoerbaar zijn totdat de Afdeling in de hoofdzaak uitspraak heeft gedaan. Tevens werden verzoeksters in de proceskosten en griffierecht tegemoetgekomen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd daarmee gedeeltelijk toegewezen.
Uitkomst: De Voorzitter schorst de uitvoerbaarheid van de gedoogbesluiten van het Commissariaat voor de Media totdat in de hoofdzaak uitspraak is gedaan.