ECLI:NL:RVS:2000:AA8494
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- Rechtspraak.nl
Gegrond hoger beroep tegen gebruik bijgebouw als gastenverblijf in strijd met bestemmingsplan
Burgemeester en wethouders van Nunspeet legden aan A een dwangsom op om het gebruik van een bijgebouw als woning te staken en de aanwezige douche en toilet te verwijderen. A gebruikte het bijgebouw als gastenverblijf zonder de vereiste bouwvergunning, wat in strijd was met het bestemmingsplan dat woongebruik verbood.
De rechtbank verklaarde het beroep van A gegrond en vernietigde het dwangsombesluit. Burgemeester en wethouders gingen hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had aangenomen dat uit het overleg en de bouwvergunning kon worden afgeleid dat niet-permanente bewoning was toegestaan.
De Afdeling stelde vast dat de bouwvergunning expliciet permanente bewoning verbood en dat het bestemmingsplan geen woongebruik toestond. Ook het gebruik als gastenverblijf en het aanbrengen van een badgelegenheid zonder vergunning waren strijdig met het bestemmingsplan. Het beroep van A werd ongegrond verklaard en het dwangsombesluit gehandhaafd.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en bevestigde het handhavend optreden van burgemeester en wethouders. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van A ongegrond verklaard.