ECLI:NL:RVS:2000:AA8949
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- R.R. Winter
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring rechtbank wegens ontbreken besluit in zaak restschuld woning
Appellant had een verzoek ingediend bij de raad van de gemeente Rotterdam betreffende de restschuld na executoriale verkoop van een woning. De raad wees dit verzoek af in een besluit van 8 juli 1999. Appellant stelde hiertegen beroep in bij de arrondissementsrechtbank Rotterdam, die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde omdat de beslissing van de raad geen besluit als bedoeld in artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) betrof.
Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat er geen sprake was van een besluit in de zin van de Awb, waardoor de rechtbank onbevoegd was om kennis te nemen van het beroep. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond en stelde de rechtbank alsnog onbevoegd.
Daarnaast oordeelde de Afdeling dat er geen aanleiding was voor een proceskostenveroordeling en beval zij de terugbetaling van het betaalde griffierecht aan appellant. De uitspraak werd openbaar gedaan op 20 november 2000.
Uitkomst: De rechtbank werd onbevoegd verklaard omdat de beslissing van de raad geen besluit als bedoeld in art. 1:3 Awb is.