ECLI:NL:RVS:2000:AA8954
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.K.W. Bartel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling hoofdverblijf bij proef-samenwoning en gevolgen voor huursubsidie
Appellante ontving huursubsidie voor een woning, maar de staatssecretaris stelde deze nader vast op nihil en vorderde teveel betaalde subsidie terug, omdat appellante volgens hem niet haar hoofdverblijf had op het subsidieadres. Appellante verbleef sinds voorjaar 1995 veelal bij haar vriend, maar hield haar woning aan en betaalde huur. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
De Raad van State oordeelt dat voor de uitleg van hoofdverblijf het adres van inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie primair is. Appellante stond sinds 1985 ingeschreven op het subsidieadres en hield deze woning aan, wat blijkt uit waterverbruik en haar eigen verklaringen. De situatie betrof een nog niet uitgekristalliseerde vorm van samenwoning, vergelijkbaar met langdurige uithuizing door werk elders.
De staatssecretaris mocht niet alleen op grond van feitelijk verblijf bij de vriend tot wijziging hoofdverblijf besluiten, zeker niet zonder motivering. Daarom vernietigt de Raad van State het besluit en de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep gegrond en draagt de staatssecretaris op een nieuw besluit te nemen. Tevens veroordeelt de Raad de staatssecretaris in proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot nihil vaststelling van huursubsidie en terugvordering wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent hoofdverblijf.