ECLI:NL:RVS:2000:AA9240
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- R.W.L. Loeb
- J.A.M. van Angeren
- E.A. Alkema
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen afwijzing verzoek tot herziening bestemmingsplan afgewezen
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het verzet van een opposant tegen de afwijzing van zijn verzoek tot herziening van een uitspraak over een bestemmingsplan. Het verzoek tot herziening was ongeveer elf maanden na de uitspraak ingediend, wat als onredelijk laat werd beschouwd.
De opposant voerde aan dat er geen termijn was voorgeschreven voor het indienen van een herzieningsverzoek en dat hij de uitkomst van de wijziging van het bestemmingsplan moest afwachten. De Afdeling oordeelde dat artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is, waarin is bepaald dat een verzoek tot herziening niet onredelijk laat mag worden ingediend en dat alleen feiten en omstandigheden die vóór de uitspraak hebben plaatsgevonden grond tot herziening kunnen vormen.
Daarom werd het verzoek tot herziening terecht niet-ontvankelijk verklaard en het verzet ongegrond verklaard. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 17 november 2000.
Uitkomst: Het verzet tegen de afwijzing van het verzoek tot herziening wordt ongegrond verklaard wegens te late indiening.