ECLI:NL:RVS:2000:AA9402
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanwijzing boerderijcomplex als beschermd monument ondanks bezwaar eigenaar
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen het besluit van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen om zijn boerderijcomplex aan te wijzen als beschermd monument op grond van de Monumentenwet 1988.
De Staatssecretaris had het complex aangewezen na advies van de gemeenteraad, gedeputeerde staten en de Raad voor Cultuur. Appellant voerde aan dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn bezwaar, het negatieve gemeentelijke advies, zijn belang bij onbelemmerde bedrijfsvoering en de aanwezigheid van andere oudere boerderijen met grotere monumentale waarde. Tevens stelde hij dat fiscale voordelen weinig soelaas bieden en dat hij schade heeft geleden door de aanwijzing.
De rechtbank oordeelde dat het complex terecht als monument is aangemerkt en dat het advies van de gemeenteraad slechts beperkt gewicht toekomt omdat het niet op een belangenafweging is gebaseerd. Ook achtte de rechtbank de mogelijke beperkingen door de aanwijzing niet onacceptabel en wees op de mogelijkheid van schadevergoeding conform artikel 22 van Pro de Wet.
De Raad van State bevestigt deze overwegingen en verklaart het hoger beroep ongegrond. De aanwijzing is rechtmatig genomen en de belangenafweging door de Staatssecretaris was zorgvuldig. Er is geen aanleiding om de uitspraak van de rechtbank te vernietigen.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard; aanwijzing boerderijcomplex als beschermd monument bevestigd.