ECLI:NL:RVS:2000:AA9507
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- P.J.J. van Buuren
- C.A. Terwee-van Hilten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over pensioenberekening voor leden dagelijks bestuur waterschap
De appellant verzocht herziening van een pensioenbesluit van het dagelijks bestuur van het waterschap Noorderzijlvest, omdat hij meende dat zijn dienstjaren als gecommitteerde tussen 1985 en 1992 ten onrechte niet waren meegenomen in de pensioenberekening. Het dagelijks bestuur wees dit verzoek af, waarna de rechtbank het bezwaar vernietigde maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand liet.
De appellant stelde dat de pensioenverordening duidelijk maakte dat ook dienstjaren van vóór 1992 meetellen, terwijl het dagelijks bestuur stelde dat pensioenrechten niet terugwerkend konden worden toegekend. De Raad van State oordeelde dat de pensioenverordening terugwerkende kracht heeft vanaf 1 januari 1992, maar dat de pensioenberekeningswijze in de artikelen 19, 20 en 21 alleen geldt voor reeds bestaande aanspraken en geen zelfstandige pensioenrechten voor de periode vóór 1992 vestigt.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werden geen proceskosten toegekend. De uitspraak is gebaseerd op een gedetailleerde interpretatie van de pensioenverordening en de relevante artikelen van de Waterschapswet.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.