ECLI:NL:RVS:2000:AA9532

Raad van State

Datum uitspraak
16 mei 2000
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
E03.98.0924
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
  • W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
  • J.J. den Broeder
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:9 AwbArt. 6:11 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te late indiening beroepschrift per fax

Bij besluit van 12 mei 1998 verleenden burgemeester en wethouders van Eibergen een vergunning aan Maatschap A en B voor het veranderen van een veehouderij op een perceel in Eibergen. Dit besluit werd op 15 mei 1998 ter inzage gelegd. De Vereniging Milieudefensie stelde beroep in tegen dit besluit met een beroepschrift gedateerd 26 juni 1998, per fax verzonden om 23.59 uur, maar door de ontvangstregistratie van de Raad van State pas op 27 juni 1998 om 00.01 uur ontvangen.

Volgens artikel 6:7 en Pro 6:9 van de Algemene wet bestuursrecht bedraagt de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken en moet het beroepschrift uiterlijk op de laatste dag van de termijn zijn ontvangen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend omdat het na de termijn is ontvangen en niet per post is verzonden, waardoor de uitzondering in artikel 6:9 tweede Pro lid niet van toepassing is. De Afdeling verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin bij faxzending binnen de termijn het beroepschrift als tijdig wordt beschouwd, maar hier is het beroepschrift pas na de termijn ontvangen.

Er is geen verschoonbare reden (artikel 6:11 Awb Pro) voor de te late indiening aangetoond. Daarom verklaart de Afdeling het beroep niet-ontvankelijk. De zaak is behandeld door een enkelvoudige kamer van de Raad van State op 14 april 2000 en het vonnis is uitgesproken op 16 mei 2000.

Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late ontvangst van het beroepschrift per fax.

Uitspraak

Raad
van State
E03.98.0924.
Datum uitspraak: 16 Mei 2000
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
de vereniging 'Vereniging Milieudefensie" te Amsterdam,
appellante,
en
burgemeester en wethouders van Eibergen,
verweerders.
1. Procesverloop
Bij besluit van 12 mei 1998, kenmerk Wm 2910, hebben verweerders krachtens de Wet milieubeheer aan Maatschap A en B een vergunning verleend voor het veranderen van een veehouderij op het perceel […]weg 1, te C, kadastraal bekend gemeente Eibergen, sectie […], nummer […]. Dit aangehechte besluit is op 15 mei 1998 ter inzage gelegd.
Tegen dit besluit heeft appellante bij brief van 26 juni 1998, bij de Raad van State ingekomen op 27 juni 1998, beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 24 juli 1998. Deze brieven zijn aangehecht.
Bij brief van 11 augustus 1998 hebben verweerders een verweerschrift ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 14 april 2000, waar appellante, vertegenwoordigd door ir. A.K.M. van Hoof, gemachtigde, en verweerders, vertegenwoordigd door G.E.S. van Duist, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen. Als partij is gehoord de maatschap A en B, bij monde van B.
2. Overwegingen
2.1. Ingevolge artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift zes weken. Ingevolge artikel 6:8, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht vangt de termijn aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Ingevolge artikel 6:9, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is een bezwaar- of beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Het tweede lid van dit artikel bepaalt dat bij verzending per post een bezwaar- of beroepschrift tijdig is ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.
Ingevolge artikel 6:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht blijft niet-ontvankelijkverklaring ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift op grond daarvan achterwege indien rederlijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
2.1.1. De mogelijkheid tot het instellen van beroep tegen het bestreden besluit stond open tot en met 26 juni 1998. Appellante heeft haar pro forma beroepschrift, gedateerd 26 juni 1998, per fax op 26 juni 1998 om 23.59 uur aan de Raad van State doen toekomen. Blijkens de ontvangstregistratie van het faxapparaat van de Raad van State is het beroepschrift bij de Raad van State ingekomen op 27 juni 1998 om 00.01 uur.
2.1.2. Het beroepschrift is buiten de termijn ontvangen. Aangezien het beroepschrift niet per post is verzonden, is het gestelde in artikel 6:9, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. Uit de uitspraak van de Afdeling van 17 april 1998, no. E03.96.1161 (aangehecht) volgt, voor zover hier van belang, dat waar het gaat om een per fax verzonden bezwaarschrift, indien dit blijkens de ontvangstregistratie op het faxontvangstapparaat is begonnen binnen te lopen vóór 24.00 uur op de laatste dag van de termijn, het bezwaarschrift geldt als binnen de termijn ingediend. De Afdeling ziet geen aanleiding daar thans anders over te oordelen. Het één pagina omvattende beroepschrift van appellante is, zoals hiervoor vermeld, bij de Raad van State eerst ingekomen om 00.01 uur van de dag na de laatste dag van de termijn.
Gelet hierop acht de Afdeling het per fax verzonden beroepschrift van appellante tegen het besluit van verweerders van 12 mei 1998 niet tijdig ingediend. Van een verschoonbaarheid als bedoeld in artikel 6:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht is de Afdeling niet gebleken.
2.2. Het beroep is derhalve niet-ontvankelijk.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.J. den Broeder, ambtenaar van Staat.
w.g. Hammerstein-Schoonderwoerd w.g. Den Broeder
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 16 mei 2000
187 Verzonden:
Voor eensluidend afschrift,
de Secretaris van de Raad van State
voor deze,