ECLI:NL:RVS:2000:AA9542
Raad van State
- Eerste en enige aanleg
- R. Cleton
- R.H. Lauwaars
- A. Kosto
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig nemen beslissing op bezwaar luchtvaartterrein Maastricht
In deze zaak staat het niet tijdig nemen van een beslissing op bezwaar centraal tegen het besluit van 25 oktober 1994 tot wijziging van de aanwijzing van het luchtvaartterrein Maastricht ten behoeve van de aanleg van een oost-westbaan. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State had in een eerdere uitspraak van 8 januari 1998 bepaald dat binnen één jaar na openbaarmaking van die uitspraak opnieuw op de bezwaren moest worden beslist.
Verweerder, de Minister van Verkeer en Waterstaat, heeft deze termijn niet gehaald. Hoewel er sprake was van een kabinetsbeslissing om af te zien van de aanleg van de oost-westbaan en een interim-aanwijzingsbesluit werd genomen, heeft de Afdeling geoordeeld dat dit geen rechtvaardiging bood voor de overschrijding van de wettelijke termijn. De Afdeling benadrukte dat de wet geen gronden noemt voor verschoonbare overschrijding en dat de minister zich niet voldoende heeft ingespannen om binnen redelijke termijn te beslissen.
De Afdeling verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het niet tijdig genomen besluit en bepaalde dat verweerder uiterlijk 1 februari 2001 een beslissing moet nemen op de bezwaren. Tevens werd een dwangsom opgelegd voor het geval van niet-naleving en werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt verplicht binnen een gestelde termijn een beslissing te nemen op de bezwaren, onder dreiging van een dwangsom.