ECLI:NL:RVS:2000:AA9570
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- E.D. Boer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken rechtstreeks belang bij bouwvergunning
Burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch verleenden op 20 april 2000 een bouwvergunning voor het veranderen van een bovenwoning. Tegen dit besluit maakte appellant bezwaar, dat op 19 juli 2000 ongegrond werd verklaard. De president van de arrondissementsrechtbank te 's-Hertogenbosch verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond.
Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening. Tijdens de zitting op 7 december 2000 werd vastgesteld dat appellant niet rechtstreeks belanghebbende was bij het besluit, mede omdat hij slechts directeur was van de rechtspersoon die bezwaar had gemaakt en ten onrechte als indiener van het bezwaarschrift was vermeld.
De Raad oordeelde dat appellant daardoor niet ontvankelijk was in het hoger beroep. Er was geen noodzaak voor nader onderzoek en het verzoek om een voorlopige voorziening werd eveneens afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de Voorzitter en een ambtenaar van Staat op 19 december 2000.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.