ECLI:NL:RVS:2000:AA9582

Raad van State

Datum uitspraak
12 december 2000
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200005554/02.
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen legalisatieplicht documenten Nigeriaanse geboorteverklaring en huwelijksakte

De Minister van Buitenlandse Zaken weigerde op 18 augustus 1999 documenten, bestaande uit een Nigeriaanse geboorteverklaring en huwelijksakte, die betrekking hebben op de bezwaarde, te legaliseren. De Minister verklaarde het bezwaar hiertegen op 27 maart 2000 ongegrond. De arrondissementsrechtbank Alkmaar verklaarde bij uitspraak van 16 november 2000 het beroep van de bezwaarde gegrond, vernietigde het besluit van de Minister, en beval de Minister om binnen twee weken na uitspraak de documenten te legaliseren.

De Minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tegelijk om een voorlopige voorziening, zodat hij niet aan de uitspraak van de rechtbank hoefde te voldoen voordat het hoger beroep was beslist. De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State deed zonder zitting uitspraak op 12 december 2000.

De Voorzitter oordeelde dat het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk gegrond was. Indien de Minister de documenten zou moeten legaliseren voordat het hoger beroep was beslist, zouden onherstelbare gevolgen kunnen optreden die in hoger beroep niet meer te corrigeren zijn. Daarom werd bepaald dat de Minister niet hoeft te voldoen aan de opdracht van de rechtbank totdat het hoger beroep is afgerond. Tevens werd aangegeven dat het hoger beroep spoedig ter zitting zal worden behandeld. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.

Uitkomst: De Voorzitter bepaalt dat de Minister niet hoeft te legaliseren totdat het hoger beroep is beslist.

Uitspraak

Raad
van State
200005554/02.
Datum uitspraak: 12 december 2000
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om - het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:
de Minister van Buitenlandse Zaken,
verzoeker,
tegen de uitspraak van de arrondissementsrechtbank te Alkmaar van 16 november 2000 in het geding tussen:
[bezwaarde], wonend te [woonplaats],
en
verzoeker.
1 . Procesverloop
Bij besluit van 18 augustus 1999 heeft verzoeker (hierna: de Minister) geweigerd bij de Nederlandse ambassade te Lagos, Nigeria, aangeboden documenten - een Nigeriaanse geboorteverklaring en huwelijksakte - die betrekking hebben op [bezwaarde] (hierna te noemen:[bezwaarde]), te legaliseren.
Bij besluit van 27 maart 2000 heeft de Minister het daartegen door [bezwaarde] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 16 november 2000, verzonden op dezelfde datum, heeft de arrondissementsrechtbank te Alkmaar (hierna: de rechtbank), voorzover hier van belang, het daartegen door [bezwaarde] ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd, het bezwaar gegrond verklaard, het primaire besluit herroepen en de Minister opgedragen de ter legalisatie aangeboden stukken binnen twee weken na verzending van deze uitspraak te legaliseren.
Tegen deze uitspraak heeft de Minister bij brief van 29 november 2000, bij de Raad van State ingekomen op 30 november 2000, hoger beroep ingesteld. Bij brief van eveneens 29 november 2000, bij de Raad van State ingekomen op 30 november 2000, heeft hij de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
2. Overwegingen
2.1. De Voorzitter doet uitspraak zonder zitting.
2.2. Het verzoek dient als kennelijk gegrond te worden toegewezen. Daartoe wordt overwogen dat de Minister de Voorzitter niet meer heeft verzocht dan bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat hij in afwachting van de uitspraak op het ingestelde hoger beroep geen gevolg hoeft te geven aan de opdracht van de rechtbank. indien het verzoek niet wordt toegewezen, dient de Minister de desbetreffende documenten te legaliseren. Gelet op de uitspraak van de Afdeling van 14 september 1999 inz. no. H01.98.1540, gepubliceerd in AB 1999, 443 en JV 19991256, waarnaar de Voorzitter verwijst, treden dan immers gevolgen in, die in hoger beroep niet meer kunnen worden gecorrigeerd. De Voorzitter ziet hierin aanleiding de na te melden voorlopige voorziening te treffen. Gelet op de belangen, ook en vooral van de zijde van [bezwaarde], die ermee zijn gediend om spoedig duidelijkheid te hebben over de legalisatie van de onderhavige documenten, zal de Voorzitter bevorderen dat het hoger beroep zo snel mogelijk ter zitting zal worden behandeld.
2.3. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.
3. Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bepaal bij wijze van voorlopige voorziening dat de Minister geen gevolg hoeft te geven aan de opdracht van de rechtbank de door [bezwaarde] ter legalisatie aangeboden stukken te legaliseren voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.
Aldus vastgesteld door mr. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. R.H.L. Dallinga, ambtenaar van Staat.
w.g. Ligtelijn-van Bilderbeek w.g. Dallinga
Voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 12 december 2000
18.
Verzonden: 12 december 2000
Voor eensluidend afschrift,
de Secretaris van de Raad van State,
voor deze,