ECLI:NL:RVS:2000:AA9582
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- R.H.L. Dallinga
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen legalisatieplicht documenten Nigeriaanse geboorteverklaring en huwelijksakte
De Minister van Buitenlandse Zaken weigerde op 18 augustus 1999 documenten, bestaande uit een Nigeriaanse geboorteverklaring en huwelijksakte, die betrekking hebben op de bezwaarde, te legaliseren. De Minister verklaarde het bezwaar hiertegen op 27 maart 2000 ongegrond. De arrondissementsrechtbank Alkmaar verklaarde bij uitspraak van 16 november 2000 het beroep van de bezwaarde gegrond, vernietigde het besluit van de Minister, en beval de Minister om binnen twee weken na uitspraak de documenten te legaliseren.
De Minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tegelijk om een voorlopige voorziening, zodat hij niet aan de uitspraak van de rechtbank hoefde te voldoen voordat het hoger beroep was beslist. De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State deed zonder zitting uitspraak op 12 december 2000.
De Voorzitter oordeelde dat het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk gegrond was. Indien de Minister de documenten zou moeten legaliseren voordat het hoger beroep was beslist, zouden onherstelbare gevolgen kunnen optreden die in hoger beroep niet meer te corrigeren zijn. Daarom werd bepaald dat de Minister niet hoeft te voldoen aan de opdracht van de rechtbank totdat het hoger beroep is afgerond. Tevens werd aangegeven dat het hoger beroep spoedig ter zitting zal worden behandeld. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De Voorzitter bepaalt dat de Minister niet hoeft te legaliseren totdat het hoger beroep is beslist.