ECLI:NL:RVS:2000:AA9807
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.E. van der Does
- P.J.J. van Buuren
- C.A. Terwee-van Hilten
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belanghebbendheid bij vergunning bio-energiecentrale in Cuijk
De zaak betreft het hoger beroep van de Belangenvereniging voor Verwerkingsbedrijven van Organische Reststoffen tegen de vergunningverlening door burgemeester en wethouders van Cuijk voor de bouw van een bio-energiecentrale. De vereniging vreesde dat het gebruik van houtachtige brandstoffen in de centrale zou leiden tot een tekort aan houtsnippers, wat nadelig zou zijn voor de compostproductie.
De rechtbank had de vereniging niet-ontvankelijk verklaard in haar bezwaar omdat zij niet als belanghebbende kon worden aangemerkt. De Raad van State bevestigt deze uitspraak, omdat de vereniging niet aannemelijk heeft gemaakt dat het collectieve belang van haar leden rechtstreeks bij het besluit is betrokken. De vrees voor toekomstige tekorten aan houtsnippers was onvoldoende onderbouwd.
De Raad van State oordeelde ook dat een eerdere uitspraak die door de vereniging was aangehaald niet vergelijkbaar is met dit geschil en daarom niet tot een ander oordeel leidt. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Belangenvereniging wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.