ECLI:NL:RVS:2000:AA9808
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- E. Korthals Altes
- P.J.J. van Buuren
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid in bezwaar tegen schadevergoeding wateroverlast door waterschap
Appellanten vorderden vergoeding van schade door wateroverlast veroorzaakt door het waterschap West-Friesland. Het college wees deze verzoeken af en verklaarde appellanten niet-ontvankelijk in hun bezwaar. De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat de afwijzing geen besluit was en dat appellanten niet-ontvankelijk moesten worden verklaard.
De Raad van State overwoog dat een schriftelijke beslissing op een verzoek om schadevergoeding, indien deze voortvloeit uit de uitoefening van publiekrechtelijke bevoegdheden, wel degelijk een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht is. Echter, het feitelijke handelen van het college om de waterstanden niet voldoende te handhaven is geen besluit en staat niet open voor bezwaar of beroep.
Omdat tegen het feitelijke handelen geen beroep mogelijk is, kan ook tegen het daarop gebaseerde schadebesluit geen bezwaar worden gemaakt. De Raad van State bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank dat appellanten niet-ontvankelijk zijn in hun bezwaar. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat appellanten niet-ontvankelijk zijn in hun bezwaar tegen de schadevergoedingsbesluiten wegens feitelijk handelen van het waterschap.