ECLI:NL:RVS:2000:AB0016
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- O. van Loon
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing administratief beroep inzake afstudeerscriptie Universiteit Maastricht
Appellant had bezwaar gemaakt tegen een besluit van het College van beroep voor de examens van de Universiteit Maastricht dat zijn administratief beroep ongegrond verklaarde inzake een afstudeerscriptie. Nadat appellant zijn studie had afgerond en het examenreglement was aangepast, werd het geschil een principezaak zonder direct belang voor appellant.
De Raad van State oordeelde dat de administratieve rechter alleen rechtsvragen kan beoordelen bij een bestaand geschil met een bestuursorgaan. Omdat het geschil feitelijk was komen te vervallen, bestond er geen rechtens te beschermen belang meer om uitspraak te doen.
Verzoeken van appellant om vergoeding van betaalde griffierechten werden afgewezen, omdat de wet niet vereist dat het bestuursorgaan griffierechten terugbetaalt als het niet in het ongelijk wordt gesteld. Tevens werd vastgesteld dat de Afdeling onbevoegd was om kennis te nemen van hoger beroep tegen beslissingen van de president over voorlopige voorzieningen.
Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard en werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een rechtens te beschermen belang.