ECLI:NL:RVS:2001:AA9699
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J.R. Bakker
- B. van Wagtendonk
- E.A. Alkema
- Rechtspraak.nl
Toepassing artikel 12 Waterstaatswet 1900 op aanleg en verbetering van onderhoudspaden langs watergangen
Het geschil betreft de uitleg van artikel 12, eerste lid, van de Waterstaatswet 1900 in een zaak tussen appellanten en het waterschap Hunze en Aa's. Het waterschap had besloten onderhoudspaden van 3 meter breed aan te leggen of te verbeteren langs watergangen, waarbij het profiel en de taluds van de watergang ongewijzigd bleven. Appellanten stelden dat artikel 12 niet Pro van toepassing kon zijn op uitsluitend onderhoudspaden, omdat onteigening dan uitgesloten zou zijn en het pad geen onderdeel van de watergang zou zijn.
De rechtbank had geoordeeld dat een onderhoudspad in waterstaatkundige zin een wezenlijk onderdeel van een watergang vormt en dat artikel 12 ook Pro daarop van toepassing is. Dit oordeel is door de Raad van State bevestigd. De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat het bestuur terecht heeft geconcludeerd dat de belangen van appellanten geen onteigening rechtvaardigen gezien de omvang van de betrokken gronden.
De Afdeling wijst een voorafgaande onteigeningstoets af en bevestigt dat artikel 12 ook Pro geldt voor besluiten die enkel betrekking hebben op aanleg of verbetering van onderhoudspaden, zonder wijziging van profiel en taluds. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat artikel 12 Waterstaatswet 1900 ook van toepassing is op aanleg of verbetering van onderhoudspaden zonder wijziging van profiel en taluds.