ECLI:NL:RVS:2001:AB0715
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- J.A.M. van Angeren
- F.P. Zwart
- Rechtspraak.nl
Weigering exploitatievergunning alcoholvrije inrichting wegens slecht levensgedrag
Appellant verzocht om een vergunning voor het exploiteren van een alcoholvrije drankinrichting, welke door de burgemeester van Kerkrade werd geweigerd op grond van slecht levensgedrag. Dit oordeel was gebaseerd op politieadministratie en processen-verbaal waaruit bleek dat appellant softdrugs had verkocht of voorradig had.
Appellant voerde aan dat het handelen in strijd met de Opiumwet niet automatisch slecht levensgedrag impliceert en dat ook verdenkingen in plaats van veroordelingen ten onrechte werden meegewogen. De rechtbank verwierp deze bezwaren en verklaarde het beroep ongegrond.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de burgemeester en de rechtbank, stellende dat het Besluit eisen zedelijk gedrag geen beperkingen oplegt aan welke feiten of omstandigheden mogen worden betrokken bij de beoordeling van levensgedrag. De burgemeester was gehouden de vergunning te weigeren op grond van artikel 2.3.4.6.1 van de APV. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de vergunning bevestigd.