ECLI:NL:RVS:2001:AB1234
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.E. van der Does
- A. Kosto
- F.P. Zwart
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot inlijving in de Nederlandse adel wegens ontbreken wettelijk erkende adel
Appellant verzocht om inlijving in de Nederlandse adel op grond van afstamming van een Duits adellijk geslacht, waarvan een voorouder in 1749 in de Boheemse ridderstand werd verheven. De minister wees dit verzoek af omdat het geslacht volgens rapportages en advies behoort tot de Tsjechische adel, die wettelijk niet meer erkend wordt sinds 1918.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad van State bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de wet op de adeldom terughoudendheid voorschrijft bij inlijving en dat alleen personen uit staten met wettelijk erkende adel in aanmerking komen.
Appellants betoog dat eerdere inlijvingen van personen uit landen zonder wettelijk erkende adel toch mogelijk waren, werd verworpen omdat die landen wel wettelijk erkende adel kennen. De Afdeling concludeerde dat het verzoek niet kan worden ingewilligd en bevestigde de eerdere uitspraak zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek tot inlijving in de Nederlandse adel wordt afgewezen omdat het geslacht behoort tot de niet-wettelijk erkende Tsjechische adel.