ECLI:NL:RVS:2001:AB1239
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- J.J.R. Bakker
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- Rechtspraak.nl
Onverenigbaarheid Overhevelingsregeling met Wet van 4 juli 1996 inzake peildatum saldering basisscholen
In deze bestuursrechtelijke zaak stond de vaststelling van het saldo 'Andere Voorzieningen' door de gemeenteraad van Brunssum ter discussie, specifiek de juiste peildatum voor de saldering van inkomsten en uitgaven van basisscholen onder het bevoegd gezag van de Stichting Bijzonder Onderwijs Zuid-Limburg.
De gemeenteraad had het saldo vastgesteld op basis van een peildatum die afweek van 31 december 1996, omdat er na die datum een wijziging in de juridische eigendom van schoolgebouwen had plaatsgevonden. De Stichting maakte bezwaar tegen deze werkwijze, wat door de rechtbank werd toegewezen. De raad stelde daarop het saldo opnieuw vast, maar hield vast aan een andere peildatum.
De Raad van State oordeelde dat op grond van de Wet van 4 juli 1996 de peildatum voor de saldering onverkort 31 december 1996 is. De Overhevelingsregeling, die een afwijkende peildatum toestaat bij wijzigingen in juridische eigendom na die datum, is in strijd met de wet en mist verbindende kracht. Het hoger beroep van de gemeente Brunssum werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Daarnaast werd de gemeente veroordeeld tot betaling van proceskosten aan de Stichting. De uitspraak benadrukt de strikte toepassing van de wettelijke bepalingen omtrent financiering en saldering van voorzieningen in het basisonderwijs.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de Overhevelingsregeling strijdig is met de Wet van 4 juli 1996 en verklaart het hoger beroep ongegrond.