ECLI:NL:RVS:2001:AB1705
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J.R. Bakker
- F.P. Zwart
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Geen besluit in zin van Awb bij afdracht overwinst uit erfpachtbeding
Appellant had een woning gekocht die mede met subsidie was gefinancierd en waarin een anti-speculatiebeding was opgenomen dat bij verkoop binnen tien jaar een afdracht van overwinst aan de gemeente verplicht stelde.
De gemeente stelde de afdracht vast en verklaarde het bezwaar van appellant niet-ontvankelijk omdat de brief geen bestuursrechtelijk besluit zou zijn. Appellant betoogde dat het hier ging om een publiekrechtelijke terugvordering op grond van de Beschikking geldelijke steun eigen woningen 1984 en dat het beding een publiekrechtelijke taak verwezenlijkte.
De Raad van State oordeelde dat de aanspraak van de gemeente voortkomt uit een privaatrechtelijke overeenkomst en niet uit een bestuursrechtelijk besluit. De gemeente is niet de subsidieverlener en de vergoeding is niet gerelateerd aan de subsidie maar aan de winst bij verkoop. Hierdoor is geen sprake van een besluit in de zin van de Awb en is het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.
De Afdeling bevestigt het oordeel van de rechtbank dat alleen de civiele rechter bevoegd is om over de vordering te oordelen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de brief geen besluit is in de zin van de Awb en verklaart het hoger beroep ongegrond.