ECLI:NL:RVS:2001:AB1706
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- J. de Koning
- Rechtspraak.nl
Bezwaren tegen weigering woonbootligplaats niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding
Appellant verzocht om toestemming voor het innemen van een ligplaats met een woonboot, maar dit werd door burgemeester en wethouders van Wijchen geweigerd bij besluit van 2 februari 1998. Het bezwaarschrift van appellant werd pas op 28 mei 1999 ingediend, ruim na de wettelijke termijn van zes weken. Burgemeester en wethouders verklaarden het bezwaar niet-ontvankelijk vanwege deze termijnoverschrijding.
De rechtbank bevestigde dit oordeel en verklaarde het beroep van appellant ongegrond. De rechtbank oordeelde dat ondanks het ontbreken van een rechtsmiddelenclausule in het besluit, de termijnoverschrijding in dit geval niet verschoonbaar was. De Raad van State volgt dit oordeel en wijkt af van eerdere jurisprudentie die in dergelijke gevallen doorgaans de termijnoverschrijding als verschoonbaar beschouwde.
De Afdeling stelt dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die de termijnoverschrijding rechtvaardigen. Appellant had aanvankelijk berust in het besluit en ondernam pas actie na een dwangsom-waarschuwing. Het later inschakelen van rechtshulp en het besef dat bezwaar had moeten worden gemaakt, zijn voor eigen rekening van appellant. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de weigering van een woonbootligplaats is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening zonder bijzondere omstandigheden.