ECLI:NL:RVS:2001:AB1715
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.E. van der Does
- J.H.B. van der Meer
- B. van Wagtendonk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek planschadevergoeding wegens onvoldoende bouwperceeloppervlakte na splitsing eigendom
Appellanten verzochten om vergoeding van planschade wegens het niet kunnen uitbreiden van een kalverstal op hun perceel, wat volgens hen mogelijk was onder het voorafgaande bestemmingsplan. Het oorspronkelijke perceel was in 1972 gesplitst, waarbij appellanten een deel in eigendom kregen. De gemeenteraad stelde dat het bouwperceel van appellanten met 6.760 m2 niet voldeed aan de minimumeis van 7.500 m2 volgens het oude bestemmingsplan, waardoor uitbreiding niet was toegestaan.
De Raad van State overwoog dat de kadastrale grenzen niet bepalend zijn voor de vraag of sprake is van een bouwperceel en dat een splitsing van eigendom op zichzelf geen wijziging van het bestemmingsplan inhoudt. In dit geval leidde de splitsing ertoe dat het bouwperceel van appellanten als afzonderlijk bouwperceel moest worden aangemerkt, met als gevolg dat de oppervlakte-eis niet werd gehaald.
Daarom is er geen sprake van planschade die voor vergoeding in aanmerking komt. Het hoger beroep van appellanten werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om planschadevergoeding wordt afgewezen omdat het bouwperceel niet voldoet aan de minimumeis van 75 are.