ECLI:NL:RVS:2001:AB2051
Raad van State
- Hoger beroep
- A. Kosto
- M.E.E. Wolff
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring delegatiebesluit leerplichtambtenaar wegens ontbreken wettelijke grondslag
Appellant, de leerplichtambtenaar van de gemeente Nieuwkoop, had geweigerd verlof te verlenen aan A voor het niet bezoeken van school door diens minderjarige kinderen in maart 1999. Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank die het besluit van appellant vernietigde wegens onbevoegdheid, stelde appellant hoger beroep in bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of de leerplichtambtenaar bevoegd was om op grond van een delegatiebesluit de bevoegdheid tot het verlenen van verlof over te dragen. De Raad van State overwoog dat artikel 13a van de Leerplichtwet 1969 de bevoegdheid uitdrukkelijk aan het hoofd toekent en dat noch in deze wet noch elders een wettelijke grondslag bestaat voor delegatie aan appellant.
De Raad van State verwierp het betoog van appellant dat de wetgever met de overgangsbepalingen van de Algemene wet bestuursrecht een uitzondering had willen maken op de vereiste van wettelijke grondslag voor delegatie. De Awb codificeert volgens de Raad de vaste rechtspraak dat delegatie slechts is toegestaan indien wettelijk voorzien.
Daarmee is het delegatiebesluit van 22 januari 1998 rechtskrachtloos en het besluit van 4 februari 1999 onbevoegd genomen. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de leerplichtambtenaar wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.