ECLI:NL:RVS:2001:AB2282
Raad van State
- Hoger beroep kort geding
- J.A.E. van der Does
- B. van Wagtendonk
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring hoger beroep tegen weigering plaatsing homeopathische producten op lijst
Appellante, Holomed Nederland B.V., had bij het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen een aantal homeopathische farmaceutische producten aangemeld voor plaatsing op de lijst van aangemelde producten volgens artikel III.2 van het Besluit van 12 december 1995. Het college weigerde deze producten op de lijst te plaatsen, omdat uit de overgelegde literatuur niet bleek dat de producten voldeden aan de begripsomschrijving van "homeopathisch farmaceutisch product" zoals bedoeld in het Besluit 1995.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar de Raad van State oordeelde dat de rechtbank een onjuiste uitleg had gegeven aan de overgangsregeling in artikel III.2 van het Besluit 1995. De wetgever had duidelijk gemaakt dat alle op het moment van inwerkingtreding van het Besluit 1995 in de handel zijnde homeopathische producten die voldeden aan het oude Besluit 1991 en waarvan de indicatie in een handboek voor homeopathische geneeskunde was opgenomen, onder het overgangsrecht vielen.
De Raad van State stelde dat het college ten onrechte verlangde dat de producten vooraf aan de nieuwe begripsomschrijving moesten voldoen om een voorlopige afleverstatus te verkrijgen. Dit zou indruisen tegen de tekst en bedoeling van de wetgever die een overgangstermijn wilde bieden om aan de nieuwe regels te voldoen. De Afdeling vernietigde het bestreden besluit en verklaarde het beroep gegrond. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.