ECLI:NL:RVS:2001:AB2479
Raad van State
- Hoger beroep kort geding
- J.H.B. van der Meer
- O. van Loon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek herziening besluit tegemoetkoming ondernemersonderwijs
Appellante heeft verzocht om herziening van een besluit van 20 februari 1996 waarbij een tegemoetkoming voor cursorisch ondernemersonderwijs definitief werd vastgesteld en een bedrag van f 134.336,78 werd teruggevorderd. De Minister wees dit verzoek op 8 april 1997 af omdat minder leerlinglesuren waren gerealiseerd dan aanvankelijk was aangevraagd.
Na een bezwaarprocedure en diverse uitspraken van rechtbank en Afdeling bestuursrechtspraak, waarbij bevoegdheidskwesties werden behandeld, verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond op 3 april 2000. Appellante stelde daarop hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het oorspronkelijke besluit onherroepelijk was geworden omdat er geen tijdig rechtsmiddel was ingesteld. Het verzoek om herziening kon niet leiden tot toetsing van het oorspronkelijke besluit, tenzij sprake was van nieuwe feiten of omstandigheden. De Afdeling stelde vast dat deze nieuwe feiten ontbraken en dat appellante de beschikking over de feiten had moeten hebben binnen de termijn voor rechtsmiddelen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.