ECLI:NL:RVS:2001:AB2702
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- J.A.M. van Angeren
- P.A. Offers
- Rechtspraak.nl
Geen bescherming belangen bewoners bij vergunning aanlegsteiger en waterkering
De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat verleende vergunning aan de watersportvereniging voor het plaatsen en behouden van aanlegsteigers en een waterkering in de haven De Blocq van Kuffeler te Almere. De bewonersvereniging appellante maakte bezwaar tegen deze vergunning vanwege bezwaren over de omvang en situering van de jachthaven, die hun uitzicht en woongenot zouden aantasten.
De vergunning werd gedeeltelijk ingetrokken en opnieuw verleend, waarna de president van de arrondissementsrechtbank te Zwolle het beroep van appellante ongegrond verklaarde. Appellante stelde in hoger beroep dat toezeggingen door een bevoegd ambtenaar van Rijkswaterstaat rechtsgeldig waren en dat afspraken met de bewoners een grotere rechtsgeldigheid hadden dan die met de watersportvereniging.
De Raad van State oordeelde dat op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken (Wbr) alleen belangen van andere dan waterstaatkundige aard kunnen worden beschermd indien deze niet elders wettelijk zijn geregeld. De belangen van de bewonersvereniging met betrekking tot uitzicht en woongenot en het belang dat bestuursorganen toezeggingen nakomen, zijn geen beschermde belangen in deze zin. De eerdere mogelijke toezeggingen door Rijkswaterstaat werden terecht niet betrokken bij de vergunningverlening.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de bewonersvereniging wordt ongegrond verklaard en de vergunningverlening bevestigd.