ECLI:NL:RVS:2001:AB3217
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Korthals Altes
- F.P. Zwart
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring bezwaar tegen weigering maandelijkse voorschotbetaling huursubsidie
Appellant diende bij burgemeester en wethouders van Bergeijk een aanvraag in voor huursubsidie over de periode 1 juli 1998 tot 1 juli 1999, met het verzoek om maandelijkse betaling van de subsidie bij voorschot door de gemeente. Burgemeester en wethouders weigerden dit en stelden alternatieven voor, waarna appellant bezwaar maakte. Ook voor de aanvraag over 1 juli 1999 tot 1 juli 2000 werd hetzelfde verzoek gedaan en geweigerd, met opnieuw bezwaar en beroep tot gevolg.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond omdat de weigering van de maandelijkse voorschotbetaling geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht is, aangezien deze beslissing de rechtspositie van appellant niet rechtstreeks beïnvloedt. De Raad van State bevestigt dit oordeel en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak onderstreept dat niet elke handeling van een bestuursorgaan een besluit is waartegen bezwaar en beroep openstaan, vooral indien de rechtspositie van de betrokkene niet direct wordt geraakt.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.