ECLI:NL:RVS:2001:AB3304
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.E. van der Does
- A. Kosto
- F.P. Zwart
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot inlijving in Nederlandse adel wegens afschaffing adel in Duitsland
Appellanten verzochten om inlijving in de Nederlandse adel op grond van hun vermeende afstamming van een Duits adellijk geslacht, dat volgens hen teruggaat op verheffing in het Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie in de 18e eeuw. De minister wees deze verzoeken af, omdat Duitsland sinds de Weimarrepubliek in 1919 de adel wettelijk heeft afgeschaft en adellijke titels sindsdien slechts als onderdeel van de geslachtsnaam gelden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond en oordeelde dat artikel 8 van Pro de Wet op de adeldom zich verzet tegen inlijving van personen uit landen zonder wettelijk erkende adel. Appellanten voerden aan dat Duitsland wel een wettelijk erkende adel kent, maar dit werd door de rechtbank en de Raad van State verworpen.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien tot proceskostenveroordeling. Hiermee blijft de afwijzing van de verzoeken tot inlijving in de Nederlandse adel in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot inlijving in de Nederlandse adel bevestigd.