ECLI:NL:RVS:2001:AB6606
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Korthals Altes
- M.E.E. Wolff
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning kappen kastanjeboom wegens onjuiste feitelijke vaststelling
Appellant maakte bezwaar tegen een door burgemeester en wethouders van Delfzijl verleende vergunning aan buurman voor het kappen van een kastanjeboom achter diens perceel. De vergunning werd verleend omdat de boom te dicht op de erfafscheiding stond en takken over de tuin van buurman hingen, waardoor veel zonlicht werd weggenomen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het belang bij het kappen van de boom zwaarder woog dan het belang bij handhaving. Appellant stelde in hoger beroep dat de feitelijke situatie onjuist was vastgesteld: de takken hangen niet over de tuin van buurman maar over zijn eigen tuin en de schaduwwerking wordt veroorzaakt door andere bomen.
De Raad van State oordeelde dat burgemeester en wethouders niet de vereiste zorgvuldigheid in acht hadden genomen bij de feitelijke vaststelling en dat het besluit niet deugdelijk was gemotiveerd. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het beroep gegrond verklaard en het besluit op bezwaar vernietigd. Burgemeester en wethouders moeten een nieuw besluit nemen. Tevens werden proceskosten aan de gemeente opgelegd.
Uitkomst: Het besluit tot vergunningverlening voor het kappen van de kastanjeboom wordt vernietigd wegens onjuiste feitelijke vaststelling en onvoldoende motivering.