ECLI:NL:RVS:2001:AC0177
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- J.H.B. van der Meer
- C. de Gooijer
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard wegens ontbreken rechtstreeks belang bij subsidieverlening provinciale entadministraties
Twee apotheekmaatschappen uit Groningen en Friesland hebben beroep ingesteld tegen het besluit van het College voor zorgverzekeringen (rechtsopvolger van de Ziekenfondsraad) dat hun bezwaar tegen subsidieverlening aan provinciale entadministraties niet-ontvankelijk werd verklaard. De subsidie betrof het nationaal programma pre- en postnatale preventie 1998, waarbij provinciale entadministraties subsidie ontvingen voor het inkopen en leveren van bepaalde geneesmiddelen.
Appellanten stelden dat zij als apotheekhoudenden rechtstreeks worden geschaad doordat de provinciale entadministraties de geneesmiddelen inkopen en leveren, en dat zij daarom belanghebbenden zijn bij het besluit. De Raad oordeelde dat appellanten slechts een afgeleid belang hebben en niet als belanghebbenden in de zin van artikel 1:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kunnen worden aangemerkt.
De Raad concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees het af. Er werden geen proceskosten toegewezen. Hiermee bevestigde de Raad dat het belang van apotheekmaatschappen niet rechtstreeks wordt geraakt door de subsidie aan provinciale entadministraties, waardoor zij niet ontvankelijk zijn in hun bezwaar.
Uitkomst: Het beroep van de apotheekmaatschappen is ongegrond verklaard omdat zij geen rechtstreeks belanghebbenden zijn bij de subsidie aan provinciale entadministraties.