ECLI:NL:RVS:2001:AC7944

Raad van State

Datum uitspraak
23 augustus 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200103082/2.
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • J.C.K.W. Bartel
  • S. Langeveld
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bestemmingsplan bedrijventerrein Messchenveld I

Verzoekster, Werkgroep Messchenveld te Assen, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van gedeputeerde staten van Drenthe tot goedkeuring van het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Messchenveld I'. Tevens verzocht zij om een voorlopige voorziening, welke op 23 augustus 2001 door de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is behandeld en afgewezen.

Het plan voorziet in de ontwikkeling van een bedrijventerrein, begrensd door het Bedrijvenpark Peelerpark, de A28, een gaslocatie en het Noord-Willemskanaal. Een strook van circa 50 meter langs het kanaal is bestemd als groenvoorziening, terwijl de overige gronden binnen de bestemming 'Bedrijfsdoeleinden' vallen. Verzoekster betoogde dat de groenstrook onvoldoende breed is om als overgangsgebied te functioneren en dat de bouwhoogten in het plan te hoog zijn ten opzichte van de woonbebouwing.

De Voorzitter oordeelde dat de gemeenteraad vrij is bestemmingen en voorschriften vast te stellen vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening. De keuze voor een afschermende groenstrook in plaats van een overgangsgebied is redelijk en niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Tevens is binnen de bestemming 'Bedrijfsdoeleinden' de aanleg van groenvoorzieningen toegestaan, zodat het niet vastleggen van een extra groenstrook langs het fietspad niet onrechtmatig is.

Gezien deze overwegingen is het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de goedkeuring van het bestemmingsplan Messchenveld I wordt afgewezen.

Uitspraak

Raad
van State
200103082/2.
Datum uitspraak: 23 augustus 2001
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:
Werkgroep Messchenveld te Assen,
verzoekster,
en
gedeputeerde staten van Drenthe,
verweerders.
1. Procesverloop
Bij besluit van 19 oktober 2000 heeft de gemeenteraad van Assen, op voorstel van burgemeester en wethouders van 11 oktober 2000, het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Messchenveld I" vastgesteld.
Verweerders hebben bij hun besluit van 24 april 2001, kenmerk 6.2/2000010813, beslist over de goedkeuring van dit plan.
Tegen dit besluit heeft onder meer verzoekster bij brief van 20 juni 2001, bij de Raad van State ingekomen op 22 juni 2001, beroep ingesteld.
Bij brief van 20 juni 2001, bij de Raad van State ingekomen op 22 juni 2001, heeft verzoekster de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 10 augustus 2001, waar verzoekster, vertegenwoordigd door H.J.M. Boon en J. Abbring, en verweerders, vertegenwoordigd door H.D. Westerhof, ambtenaar van de provincie, zijn verschenen.
Voorts zijn mr. E.G.E. Kuiper en drs. P.C.L. Doorman, ambtenaren van de gemeente, namens de gemeenteraad van Assen, daar gehoord.
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. Het plangebied wordt globaal begrensd door het Bedrijvenpark Peelerpark 1999, de A28, de gaslocatie van de NAM en de weg langs de zuidzijde van het Noord-Willemskanaal. Met het plan wordt beoogd te voorzien in de ontwikkeling van een bedrijventerrein.
Bij het bestreden besluit hebben verweerders grotendeels goedkeuring verleend aan dit plan.
2.3. Verzoekster heeft aangevoerd dat de in het plan voorziene groenstrook langs het Noord-Willemskanaal onvoldoende breed is om als overgangsgebied tussen de woonbebouwing en het bedrijventerrein te functioneren. In verband met de door haar gewenste inrichting als overgangsgebied heeft zij eveneens bezwaar tegen een aantal in het plan voorziene bouwhoogten. Daarnaast meent zij dat in het plan had moeten worden vastgelegd dat langs het fietspad tussen de Markebrug en het Kleuvenveld groenvoorzieningen worden aangelegd.
2.4. Blijkens de plankaart heeft een strook grond van ongeveer 50 meter langs het Noord-Willemskanaal de bestemming "Groenvoorzieningen". De gronden langs het fietspad en de gronden waarop de door verzoekster genoemde bouwhoogten mogelijk zijn liggen alle binnen de bestemming "Bedrijfsdoeleinden".
De Voorzitter stelt voorop dat het in beginsel tot de vrijheid van de gemeenteraad behoort om bestemmingen aan te wijzen en voorschriften te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. Rekening houdend met deze vrijheid dienen verweerders te bezien of het plan niet in strijd komt met een goede ruimtelijke ordening.
Dat verzoekster een andere inrichting van het plangebied voorstaat dan de gemeenteraad is derhalve op zichzelf niet voldoende om in de bodemprocedure tot vernietiging van het bestreden besluit over te gaan.
Blijkens de stukken en het verhandelde ter zitting is wat betreft de breedte en aard van de groenstrook gekozen voor een afschermende groenstrook in plaats van een overgangsgebied. Hierdoor kan meer hectare aan bedrijventerrein worden ontwikkeld en zijn, gelet op de afschermende werking van de groenstrook, de in het plan opgenomen bouwhoogten ten opzichte van de woonbebouwing aanvaardbaar.
De Voorzitter ziet in hetgeen verzoekster heeft aangevoerd geen aanleiding voor het oordeel dat verweerders niet in redelijkheid het standpunt hebben kunnen innemen dat de keuze van de gemeenteraad voor een afschermende groenstrook niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Nu de bezwaren van verzoekster tegen de voorziene bouwhoogten hiermee samenhangen, behoeven deze geen bespreking.
Wat betreft de door verzoekster gewenste groenvoorzieningen bij het fietspad stelt de Voorzitter vast dat binnen de bestemming "Bedrijfsdoeleinden" de aanleg van groenvoorzieningen is toegestaan. Hij ziet geen aanleiding voor het oordeel dat het besluit van verweerders in de bodemprocedure niet in stand zal kunnen blijven omdat ten onrechte de door verzoekster gewenste groenstrook niet in het plan is vastgelegd door middel van de bestemming "Groenvoorzieningen".
2.5. Gelet op het voorgaande bestaat voor het treffen van een voorlopige voorziening geen grond.
2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door dr. J.C.K.W. Bartel, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. S. Langeveld, ambtenaar van Staat.
w.g. Bartel w.g. Langeveld
Voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 23 augustus 2001
176-317.
Verzonden:
Voor eensluidend afschrift,
de Secretaris van de Raad van State,
voor deze,