ECLI:NL:RVS:2001:AD0588
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.E. van der Does
- F.P. Zwart
- E.A. Alkema
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking exploitatievergunning en bestuursdwang voor horeca-inrichting wegens overtreding softdrugsverbod
Appellanten, [appellant] junior en senior, voerden beroep aan tegen besluiten van de burgemeester van Vlissingen die de exploitatievergunning voor een horeca-inrichting introkken en bestuursdwang toepasten wegens overtreding van het verbod op handel in softdrugs.
De rechtbank verklaarde het beroep van [appellant] senior niet-ontvankelijk en het beroep van [appellant] junior ongegrond. De Raad van State bevestigt deze uitspraak. De intrekking van de vergunning was gebaseerd op een onaantastbaar besluit van 15 oktober 1997, waarbij voorschrift III werd verbonden dat handelen in drugs verbood.
De Raad oordeelt dat geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn aangevoerd die heroverweging van het eerdere besluit rechtvaardigen. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt, omdat de situaties van andere coffeeshops niet vergelijkbaar zijn. De burgemeester handelde binnen zijn bevoegdheid en in redelijkheid bij het intrekken van de vergunning en het opleggen van bestuursdwang.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de intrekking van de exploitatievergunning en de toepassing van bestuursdwang wegens overtreding van het softdrugsverbod.