ECLI:NL:RVS:2001:AD3365
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.K.W. Bartel
- C. de Gooijer
- P.A. Offers
- Rechtspraak.nl
Weigering bouwvergunning voor kinderopvang wegens strijd met bestemmingsplan en geen beroepsuitoefening aan huis
Appellante wilde een pand gebruiken voor kinderopvang en vroeg een bouwvergunning aan voor een aanbouw en het gebruik van het pand voor opvang van aanvankelijk 27 kinderen, met uitbreiding naar 44. Burgemeester en wethouders van Zeist weigerden de vergunning omdat het gebruik niet in overeenstemming was met het bestemmingsplan dat woningbouw bestemd.
De rechtbank oordeelde dat het kinderopvangverblijf een bedrijfsmatig karakter heeft en niet valt onder de vrijstelling voor beroepsuitoefening aan huis. De Raad van State bevestigt dit oordeel en stelt dat het aantal kinderen en het inschakelen van meerdere medewerkers met relevante opleidingen duiden op een onderneming, niet op een zelfstandig beroep door de bewoner.
Appellante voerde ook een beroep op het vertrouwensbeginsel aan, omdat zij voorafgaand aan de aankoop overleg had met gemeenteambtenaren die geen bezwaar leken te maken. De Raad van State oordeelt dat niet is komen vast te staan dat onjuiste of misleidende informatie is verstrekt die verwachtingen rechtvaardigen.
De bestuursdwang om het gebruik te staken is terecht, mede omdat het gebruik strijdig is met het bestemmingsplan en niet valt onder de toegestane praktijkruimte voor beroepsuitoefening aan huis. Ook de belangen van ouders en eventuele overlast wegen niet zwaarder dan het handhavingsbelang.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de bouwvergunning en handhaving van bestuursdwang wegens strijd met het bestemmingsplan en geen beroepsuitoefening aan huis.