ECLI:NL:RVS:2001:AD3582
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- P.J.J. van Buuren
- F.P. Zwart
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar sloopvergunning monument St. Ludwig
Burgemeester en wethouders van Roerdalen verleenden op grond van de Monumentenwet 1988 een sloopvergunning voor het kloostercomplex St. Ludwig aan de Stichting Maharishi. De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen maakte bezwaar tegen deze vergunning, maar dit bezwaar werd door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard. De Staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de Staatssecretaris als bevoegd gezag voor de aanwijzing van monumenten een rechtstreeks belang heeft bij de instandhouding van het monument en daarom belanghebbende is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Het primaire besluit tot vergunningverlening was niet in strijd met de wettelijke termijnen genomen, en het uitblijven van een beslissing op bezwaar betekent niet dat burgemeester en wethouders niet langer bevoegd zijn om daarop te beslissen.
De motivering van burgemeester en wethouders voor de vergunningverlening werd onvoldoende geacht, omdat zij niet adequaat hadden gemotiveerd waarom het monumentale karakter van het kloostercomplex niet zwaarder woog dan de financiële belangen van de Stichting Maharishi. Ook werden negatieve adviezen van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg en de monumentencommissie niet voldoende betrokken. De Raad van State vernietigde het oordeel van de rechtbank over de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar van de Staatssecretaris en bevestigde het overige oordeel van de rechtbank, waarbij de vergunningverlening onvoldoende was gemotiveerd.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar van de Staatssecretaris en bevestigt dat hij als belanghebbende moet worden aangemerkt.