ECLI:NL:RVS:2001:AD3640
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.R. Schaafsma
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit gemeente Doesburg inzake handhaving geluid- en lichthinder tennispark
Appellanten, waaronder bewoners en een tennisclub, verzochten het gemeentebestuur van Doesburg om handhavend op te treden tegen het tennispark vanwege geluid- en lichthinder. Het college van burgemeester en wethouders wees dit verzoek af en besloot de tennisactiviteiten uiterlijk per 31 december 2001 te beëindigen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het besluit onvoldoende is gemotiveerd, met name omdat het college volstond met het verwijzen naar nader onderzoek en de mogelijkheid tot het stellen van nadere eisen zonder een deugdelijke motivering voor het niet-handhaven. Hierdoor is het besluit in strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Het beroep van de tennisclub werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de aangekondigde beëindiging geen zelfstandig rechtsgevolg had. Het beroep van de bewoners werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de gemeente veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van burgemeester en wethouders van Doesburg om niet handhavend op te treden tegen het tennispark is vernietigd wegens onvoldoende motivering.